Waar moet je op letten als je een arbeidsongeschiktheidsverzekering wilt afsluiten?

Zo houd je het betaalbaar
Een AOV staat erom bekend dat het een belangrijke, maar helaas vaak kostbare verzekering is. Dit is echter niet voor niets zo. Een verzekeringsmaatschappij neemt het risico dat je zelf niet kunt dragen uit handen. Hoe groter het risico, des te hoger de premie is. Dit feit geeft aan dat het risico op en van arbeidsongeschiktheid misschien wel groter is dan je in eerste instantie zelf inschat. Ongeveer één op de acht mensen raakt al dan niet langdurig arbeidsongeschikt voordat zij de pensioengerechtigde leeftijd bereiken en dan hebben wij het dus niet over een griepje. Het financiele gevolg van langdurige arbeidsongeschiktheid is enorm. Je praat al snel over vele tonnen aan inkomensverlies wanneer je langdurig arbeidsongeschikt raakt. Daar kan je niet tegenaan sparen. Dit maakt een AOV feitelijk onmisbaar als je als zzp’er werkzaam bent.

Een AOV is een complex product en verzekeringsmaatschappijen kennen veel dekkingsvarianten. Ook tussen verzekeringsmaatschappijen onderling zitten vaak grote verschillen. Niet alleen wat de dekking betreft, maar ook qua premie. Het is daarom altijd belangrijk om je goed te laten helpen door een deskundig adviseur op dat gebied. ZZP Servicedesk is altijd bereid je hiermee verder te helpen. Echter, een goede voorbereiding is het halve werk en daarom leggen wij hieronder in hoofdlijnen uit hoe je tot een betaalbare AOV kunt komen.
 

Voordat wij enkele tips geven, eerst toch even een belangrijke premiebepalende factor waar je eigenlijk geen invloed op hebt, of je zou een ander beroep moeten kiezen. Het risico op arbeidsongeschiktheid is bij zwaardere beroepen met veel lichamelijke arbeid groter dan bij lichtere beroepen met bijvoorbeeld alleen maar administratieve werkzaamheden. Voor het bepalen van de premie per € 1.000,- verzekerd inkomen hanteren verzekeringsmaatschappijen daarom een beroepsklasse indeling. Meestal zijn dit vier klassen:

  • Beroepsklasse 1: administratieve en adviserende beroepen.
  • Beroepsklasse 2: commerciële beroepen, winkeliers, etc.
  • Beroepsklasse 3: beroepen met lichte handenarbeid, bijvoorbeeld een autorijschoolhouder.
  • Beroepsklasse 4: beroepen met zwaardere lichamelijke arbeid, bijvoorbeeld een stratenmaker.

Hoe hoger de beroepsklasse, hoe hoger de premie zal zijn. Dit verschilt nog wel eens per verzekeringsmaatschappij. Zo kan je met jouw beroep bij de ene verzekeringsmaatschappij in beroepsklasse 1 vallen, terwijl dat bij de andere verzekeringsmaatschappij beroepsklasse 2 is. Iedere verzekeraar hanteert zijn eigen premies en voorwaarden. Het loont daarom om een aantal verzekeraars met elkaar te vergelijken, voordat je een AOV afsluit.
 

Dan nu enkele belangrijke tips om tot een betaalbare AOV op maat te komen:

1. Verzeker alleen het inkomen dat je echt nodig hebt

Allereerst moet je je natuurlijk alleen verzekeren voor de risico’s die je zelf niet kunt dragen. Waarom zou je meer verzekeren dan noodzakelijk is? Indien je gedeeltelijk arbeidsongeschikt bent, zullen de inkomsten uit jouw onderneming gedeeltelijk kunnen doorlopen. Ook kan aanwezig spaargeld het inkomensverlies bij tijdelijke arbeidsongeschiktheid opvangen en kan eventueel inkomen van je partner ook van belang zijn. Realiseer je daarbij wel dat als jouw partner ook inkomen had voordat je arbeidsongeschikt raakte, dat je dan hoe dan ook te maken krijgt met een behoorlijke inkomensterugval. Je bent een bepaalde levensstandaard gewend en kan het bijzonder moeilijk zijn om je uitgavenpatroon aan te passen. Denk daarbij ook aan de vaste lasten. Tijdelijk is vaak geen probleem, maar als je langer uit de running bent, kan het lastig en zelfs problematisch worden. Probeer dus een goed beeld te krijgen van wat een acceptabel inkomensniveau is in het geval van al dan niet langdurige arbeidsongeschiktheid. Dit is voor iedereen verschillend. Hoe hoger het verzekerde inkomen, des te hoger de premie.
 

2. Bepaal je wachttijd

De wachttijd is de eigen risico periode. Dit is de periode die je zelf financieel kunt overbruggen voordat jouw AOV uitkeert. Je kunt bijvoorbeeld kiezen uit een wachttijd van 14, 30, 60, 90 of 180 dagen. Als je een goedverdienende partner of spaargeld achter de hand hebt, kun je overwegen om voor een langere wachttijd te kiezen. Het risico voor de verzekeringsmaatschappij is dan kleiner. Hoe langer de wachttijd, hoe lager de premie.
 

3. Kies een passende eindleeftijd

Bij een AOV is de gekozen eindleeftijd een belangrijk gegeven. Het bepaalt vooraf tot welke leeftijd je verzekerd bent als de arbeidsongeschiktheid ingaat en in de meeste gevallen is de gekozen eindleeftijd ook de maximale uitkeringsduur. Tenzij vooraf gekozen is voor een tijdelijke uitkeringsduur (zie punt 4.), zal de verzekeraar vanaf het moment van arbeidsongeschiktheid uitkeren tot de gekozen eindleeftijd.

De eindleeftijd op een AOV is gesteld op maximaal de 68-jarige leeftijd. Naarmate de AOW-leeftijd steeds verder opschuift, zal de maximale eindleeftijd van de AOV hierin meebewegen. Maar er kan ook gekozen worden voor een eindleeftijd die ligt vóór deze leeftijd. In de praktijk is keuze tussen eindleeftijd 50 jaar en 68 jaar mogelijk. Over het algemeen ben je vrij om zelf de eindleeftijd te kiezen. Voor een aantal zwaardere beroepen kan een verzekeringsmaatschappij in verband met een verhoogd risico op langdurige arbeidsongeschiktheid een jongere maximale eindleeftijd hanteren. Hoe lager de eindleeftijd, des te voordeliger de premie. Je kan de eindleeftijd baseren op bijvoorbeeld een aanwezige (vervroegd) pensioenvoorziening, toekomstig vermogen (erfenis), het moment dat de hypotheek volledig is afgelost, etc. Als je geen reserves of een vervroegd pensioen hebt, is het verstandig om voor een hogere eindleeftijd te kiezen. Je kunt een AOV altijd eerder beëindigen als blijkt dat vanaf een bepaald moment deze niet meer nodig is. Maar tot die tijd is het noodzakelijk het risico zo optimaal mogelijk af te dekken.
 

4. Tijdelijke uitkering of uitkering tot eindleeftijd

In plaats van een uitkeringsduur vanaf de leeftijd dat je arbeidsongeschikt raakt tot de vooraf gekozen eindleeftijd, kan je ook kiezen voor een tijdelijke uitkeringsperiode van bijvoorbeeld vijf jaar. Realiseer je dan wel dat de uitkering bij langdurige arbeidsongeschiktheid na vijf jaar stopt, waarna je op een andere manier in jouw inkomen moet voorzien. Afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid kan dat natuurlijk lastig, of zelfs onmogelijk zijn. De premie voor een tijdelijke uitkering is aanzienlijk lager.
 

5. Het AOV-criterium

Bij het afsluiten van een AOV zijn er drie arbeidsongeschiktheidscriteria waaruit je kan kiezen die bepalend zijn voor het beoordelen van de mate van jouw arbeidsongeschiktheid. Dit zijn:

•                 Beroepsarbeidsongeschiktheid
•                 Passende arbeid
•                 Gangbare arbeid

Bij beroepsarbeidsongeschiktheid wordt gekeken of je jouw eigen beroep nog kunt uitoefenen. Het kan wel zijn dat daarvoor een andere werksituatie nodig is. Je doet bijvoorbeeld niet meer alles wat je vroeger deed, of je doet het op een andere manier. Bij deze beoordeling kunnen ook eventuele taakverschuivingen binnen het bedrijf worden meegenomen. Beroepsarbeidsongeschiktheid is het meest ‘luxe’ criterium. Bij dit criterium wordt dus beoordeeld of je je huidige beroep kunt uitoefenen. Als je dit niet kunt ben je arbeidsongeschikt en krijg je een uitkering, ongeacht of je nog andere beroepen of werkzaamheden kunt verrichten. Je betaalt voor dit criterium de hoogste premie.

Bij passende arbeid wordt gekeken of je nog werk kunt doen dat bij je past. Er wordt daarbij gekeken naar opleiding, werkervaring en inkomen. Het maakt daarbij niet uit of je het passende werk ook daadwerkelijk gaat uitvoeren. Er wordt rekening gehouden met passende beroepen die normaal in Nederland voorkomen. Het nieuwe beroep is passend als het functieniveau van het nieuwe beroep niet meer dan 1 niveau afwijkt van je oorspronkelijke beroep. Het nieuwe beroep is passend als het inkomen voor dat beroep bij volledige arbeidsgeschiktheid normaal gesproken 75% of meer van het gemiddelde inkomen over de 3 jaar voorafgaand aan de arbeidsongeschiktheid bedraagt. Je moet er dus rekening mee houden dat jouw situatie breder wordt bekeken en beoordeeld dan bij het beroepsarbeidsongeschiktheid criterium. Je wordt dus minder snel arbeidsongeschikt verklaard dan bij beroepsarbeidsongeschiktheid. De premie is daardoor ook lager.

Bij gangbare arbeid wordt gekeken of je in algemene zin kunt werken. Je oorspronkelijke beroep, opleiding en werkervaring zijn niet van belang. Als je bij wijze van spreken in staat bent om de telefoon op te nemen of te schoffelen, ben je niet arbeidsongeschikt en krijg je geen uitkering. Er zijn overigens nog maar weinig verzekeraars waar je een AOV kunt afsluiten op basis van dit criterium. Omdat je hierbij het minst snel arbeidsongeschikt wordt verklaard, betaal je bij dit criterium de laagste premie.
 

6. De indexering

Het is mogelijk om het verzekerd bedrag en/of de verzekeringsuitkering te indexeren. Dit betekent dat het verzekerd bedrag en/of de uitkering jaarlijks met een vooraf afgesproken percentage wordt verhoogd. Over het algemeen kan er worden gekozen voor het meestijgen van de bedragen met percentages variërend van 1% tot 4% of met de CBS-loonindex. Op die manier kan de uitkering bij (langdurige) arbeidsongeschiktheid enigszins waardevast blijven. Hoe hoger de gekozen indexering, des te hoger de premie zal zijn.
 

7. Een complete dekking, of beperkte dekking

Je kan op vele manieren arbeidsongeschikt raken. Denk aan ziekte, lichamelijke klachten, psychische klachten (bijvoorbeeld een burn-out), of door een ongeval. Het is dus de vraag of je je wilt verzekeren tegen alle risico’s van arbeidsongeschiktheid, of slechts tegen bepaalde risico’s. Je kunt daarom kiezen voor een complete dekking of een beperkte dekking, waarbij je bijvoorbeeld psychische aandoeningen niet meeverzekert.

De goedkoopste variant is een AOV die alleen dekking biedt bij arbeidsongeschiktheid veroorzaakt door een ongeval. Zelfs ziekte is dan uitgesloten. Bij een complete dekking ben je voor vrijwel alle aandoeningen verzekerd. Dus zowel arbeidsongeschiktheid veroorzaakt door psychische aandoeningen, ziekte, en ongevallen. Je betaalt hier wel de hoogste premie voor.
 

8. De uitkeringsdrempel

De uitkeringshoogte van de AOV wordt bepaald aan de hand van de uitkeringstabel. Hieronder zie je een voorbeeld van zo’n tabel:

Percentage vastgestelde arbeidsongeschiktheid:

Uitkeringspercentage van het verzekerde inkomen:

0 – 25%      arbeidsongeschikt                                                                               

Geen uitkering

25 -35%      arbeidsongeschikt                                                                               

30% van het verzekerde inkomen

35 – 45%    arbeidsongeschikt                                                                             

40% van het verzekerde inkomen

45 – 55%    arbeidsongeschikt                                                                             

50% van het verzekerde inkomen

55 – 65%    arbeidsongeschikt                                                                          

60% van het verzekerde inkomen

65 – 80%    arbeidsongeschikt                                                                         

75% van het verzekerde inkomen

80 – 100%  arbeidsongeschikt                                                                       

100% van het verzekerde inkomen

 

Standaard wordt er vanaf 25% arbeidsongeschiktheid uitgekeerd, maar het is ook mogelijk om bij een AOV te kiezen voor een uitkering die volgt bij een hogere mate van arbeidsongeschiktheid, dus een hogere drempel. De uitkering begint bijvoorbeeld dan pas bij een arbeidsongeschiktheid vanaf 45% of vanaf 80%. In feite bouw je dus een soort van extra eigen risico in, waardoor de premie lager wordt.
 

9. Het tarief: combinatietarief, of standaard tarief

Bij een combinatietarief is de premie van een arbeidsongeschiktheidsverzekering afhankelijk van de leeftijd van de verzekerde. De premie stijgt naarmate je ouder wordt tot ongeveer 45/50 jaar. Na deze leeftijd blijft de premie meestal gelijk tot de eindleeftijd. Sluit je een AOV af op jongere leeftijd, dan is de premie bij een combinatietarief in de eerste jaren lager dan bij een standaard tarief. Een combinatietarief kan dus interessant zijn als je verwacht dat jouw inkomen als zzp’er in de toekomst zal stijgen, waardoor de jaarlijks stijgende premie geen probleem hoeft te zijn.

Bij een standaard tarief is de premie van een arbeidsongeschiktheidsverzekering gelijk gedurende de looptijd van de verzekering. Over de hele looptijd gezien, is dit meestal voordeliger.
 

10. Korting op de premie

Bij het afsluiten van een AOV kan je kiezen voor een aanvangskorting (ook wel starterskorting genoemd), of een doorlopende korting op de premie. Bij een aanvangskorting krijg je de eerste 3 jaar van de verzekering een relatief hoge korting. Deze korting wordt jaarlijks afgebouwd, waardoor de premie in de eerste jaren jaarlijks stijgt. Daarna blijft de premie gelijk. Zeker in de situatie dat je nog niet zo lang als zzp’er aan de slag bent, kan het aantrekkelijk zijn om de lasten in de opstartfase van de onderneming te beperken en toch verzekerd te zijn.

Bij een doorlopende korting betaal je een relatief lage gelijkblijvende premie gedurende de hele looptijd van de AOV. Ten opzichte van de aanvangskorting zal de premie na de eerste paar verzekeringsjaren aanzienlijk lager zijn. 
 

11. Schadeverzekering of sommenverzekering

Een AOV kan een schade- of een sommenverzekering zijn. Het gaat daarbij om een fundamenteel verschil.

Heb je een AOV-schadeverzekering en raak je arbeidsongeschikt, dan krijg je een uitkering op basis van de werkelijke inkomensschade die je hebt. Je moet dus jouw werkelijke schade aantonen. Schade bij een AOV betekent het verlies aan inkomen. Je moet dus duidelijk maken hoeveel inkomen je misloopt doordat je arbeidsongeschikt bent. De uitkering is dan afhankelijk van het inkomen dat je verzekerd hebt (het verzekerd bedrag) en nooit hoger dan het inkomen dat je kwijtraakt.

Bij een AOV-sommenverzekering ontvang je een uitkering op basis van het verzekerd bedrag. Er wordt niet gekeken naar het werkelijke inkomensverlies.

De verschillen tussen beide verzekeringsvormen samengevat:

AOV-schadeverzekering:
•                 Keert uit op basis van de werkelijke schade en de mate van arbeidsongeschiktheid
•                 De uitkering kan lager zijn als blijkt dat het inkomen lager is dan bij het afsluiten van de AOV
•                 De uitkering is lager als jij of je medewerkers nog wel inkomsten hebben

AOV-sommenverzekering:
•                 Keert uit op basis van het verzekerd bedrag en de mate van arbeidsongeschiktheid
•                 De uitkering wordt niet beïnvloed door een gedaald inkomenspeil
•                 De uitkering wordt niet beïnvloed door eventuele inkomsten

De premie voor een AOV-sommenverzekering is in de meeste gevallen hoger dan de premie voor een AOV-schadeverzekering. Wil je maximale zekerheid en minder discussie tijdens de uitkeringsperiode, dan is een sommenverzekering de beste keuze.
 

12. Bepaal je contractperiode

De contractperiode van een arbeidsongeschiktheidsverzekering is de periode waaraan je vastzit als je het contract eenmaal hebt ondertekend. Meestal is dit 1 jaar, maar bij de meeste verzekeraars kan je ook kiezen voor een langere contractduur, bijvoorbeeld 3, of 5 jaar. Hoe langer de contractperiode, des te lager de premie. Je legt je immers langer vast en dat is gunstiger voor de verzekeraar. Nadat de contractduur verstreken is, is de AOV per maand opzegbaar. Overigens kan het heel goed zijn dat de premie bij verzekeraar “X” met een contractduur van bijvoorbeeld 3 jaar, voordeliger is dan de premie bij verzekeraar “Y” met een contractduur van 1 jaar. De contractperiode is iets anders dan de looptijd van je AOV. De looptijd is de gehele periode waarover je verzekerd wilt worden (zie punt 3. “Kies een passende eindleeftijd”). De contractperiode is belangrijk. Je kunt pas aan het eind van de contractduur eventueel overstappen op een andere AOV. Dit kan voordelig zijn, omdat er veel concurrentie onder verzekeraars is. Tijdens de contractduur kan het zijn dat andere verzekeraars een betere AOV tegen een gunstiger premie aanbieden. Als je kiest voor een langere contractduur ben je in eerste instantie misschien wel voordeliger uit, maar kan je tijdens de lange contractduur niet overstappen, waardoor je een mogelijk premievoordeel elders misloopt.
 

13. Fiscale behandeling

Tot slot nog een belangrijk punt over de betaalbaarheid van de AOV. De premie is namelijk fiscaal aftrekbaar. De belastingdienst betaalt dus met je mee. Daar tegenover staat wel dat er over de uitkeringen loonbelasting wordt ingehouden.

Stel: jouw belastbaar inkomen is € 40.000 per jaar. Dan krijgt je 40,85% van de premie terug van de belasting. Zit je in een lagere belastingschrijf? Dan betaalt de fiscus 36,55% van de premie terug. En zit je in de hoogste belastingschijf? Dan krijg je via de belasting ruim de helft van de premie terug: 51,95% om precies te zijn.  Zie onderstaande tabel:
 

                        

                                                     
De uitkeringen worden ook volgens deze tabel belast. Hierdoor kan dus een fiscaal voordeel ontstaan. Of dit zo is en hoe groot dit voordeel is, hangt af van het belastbaar inkomen tijdens de uitkeringsperiode. Als bijvoorbeeld de premie aftrekbaar is tegen 51,95% en de uitkering uit de AOV het enige inkomen is, dan zal er op de eerste € 20.142,- belastbaar inkomen 36,55% worden ingehouden en over het deel tussen de € 20.142,- en € 68.507,- zal 40,85% verschuldigd zijn.
 

Conclusie

Je ziet dat er best wel veel knoppen zijn waaraan je kunt draaien om een AOV op maat te maken en betaalbaar te krijgen. Verzeker niet meer dan nodig is, maar neem geen onverantwoorde risico’s. Je zou de keuze kunnen maken om je bij aanvang beperkt te verzekeren, maar realiseer je dat als je later een uitgebreidere dekking wilt, dit alleen kan als je op dat moment gezond bent en in de tussenliggende periode geen klachten hebt gehad. Vanwege de complexiteit van een AOV, de verschillen in dekking en premie tussen de verschillende verzekeringsmaatschappijen is het altijd verstandig om een deskundig adviseur in te schakelen. ZZP Servicedesk is altijd bereid je hiermee verder te helpen en je in contact te brengen met een deskundig adviseur. Heb je al een AOV, maar twijfel je over de juiste dekking, of premie, kijk dan op scanmijnaov.nu

Lees ook…

Verzekeren. Wat is nodig en wat niet?

Werknemers hoeven zich geen zorgen te maken over verzekeringen. Ondernemers moeten dit helaas wel. ‘‘Veel ondernemers kiezen ervoor om onverzekerd aan het werk te gaan, terwijl sommige verzekeringen helemaal niet duur zijn’’, vertelt Ruut Dubbeld van adviesbureau Dubbel-Z.

Helft zzp'ers wil verplichte verzekering

Zzp’ers worden vaak gezien als mensen die hun vrijheid koesteren en die willen leven zonder al te veel verplichtingen. Toch wil 50 procent van de zelfstandige professionals één of meerdere zakelijke verzekeringen voor alle zzp’ers verplicht laten stellen. Dit blijkt uit onderzoek van kennisbemiddelaar HeadFirst onder 20.000 hoogopgeleide zelfstandigen.

Hoe zorg ik dat mijn arbeidsongeschiktheidsverzekering betaalbaar blijft?

Zonder arbeidsongeschiktheidsverzekering loop je een enorm risico. Hoewel de kans klein lijkt, is het niet onmogelijk dat je arbeidsongeschikt raakt. En wat dan? Zonder verzekering kom je niet in aanmerking voor een uitkering. Dus het is zeker iets wat je goed moet regelen en hoewel zo’n verzekering niet goedkoop is kun je ervoor zorgen dat de kosten zo laag mogelijk blijven.
Dit whitepaper attendeert je op zaken die minder leuk zijn, zoals arbeidsongeschiktheid. Voorkom dat het misgaat en download het gratis whitepaper!

ZZP Servicedesk is het online platform van ZZP Servicedesk.nl B.V. © 2014-2019. Alle rechten voorbehouden. Lees voor gebruik graag onze algemene voorwaarden en website disclaimer