Miljoenennota 2015: groei zzp’ers bedreiging welvaartsstaat

De groei van het aantal zzp’ers draagt bij aan de werkgelegenheid, innovatie en productiviteit. Tot zover is er nog geen wolkje aan de lucht in de Miljoenennota 2015. Het venijn zit in de staart. Verschraling van de fiscale regelingen voor zzp’ers, zoals de zelfstandigenaftrek, hangt in de lucht.
Zzp’ers creëren hun eigen werkgelegenheid en zouden soms werkloos geweest zijn als ze niet als zelfstandige aan de slag waren gegaan. Een deel van de zzp’ers hecht aan hun zelfstandigheid, innoveert, werkt samen in netwerken en werkt daarbij voor verschillende opdrachtgevers. Via dergelijke constructies stimuleren zij verspreiding van kennis en innovaties. De lof in de Miljoenennota is daarmee nog niet gedaan: ‘Waar werknemers in tijden van crisis moeten vrezen voor ontslag, krijgen zelfstandigen minder opdrachten en verlagen zij hun uurtarieven. Hierdoor daalt weliswaar hun inkomen, maar zij blijven wel actief. Dit draagt bij aan het aanpassingsvermogen van de economie.’
 
Daarna verandert de toon dramatisch: ‘Zzp’ers dragen geen werknemerspremie af (voor werkloosheid of arbeidsongeschiktheid) en hebben ook minder toegang tot de sociale zekerheid dan werknemers. Ook zetten zij minder vanzelfsprekend middelen apart voor pensioen. Hierdoor is de kans op armoede groter, zowel op de korte als op de lange termijn. Zzp’ers leveren zo een kleinere bijdrage aan het collectief, maar profiteren wel van collectieve voorzieningen zoals AOW, zorg en bijstand.’
 

Fiscale bevoordeling

Vervolgens richt het kabinet haar pijlen op de veronderstelde fiscale bevoordeling van de zzp’er. Deze is in haar ogen te groot en benadeelt de schatkist: ‘De groei van zzp’ers gaat gepaard met minder belastingopbrengsten vanwege de (sterk gegroeide) fiscale ondersteuning van zelfstandigen. Een zelfstandige heeft bijvoorbeeld bij een winst van ruim 24.000 euro een belasting- en premiedruk van 8 procent, terwijl een werknemer en werkgever bij dezelfde loonkosten te maken hebben met een wig van ongeveer 26 procent. Bij een hogere winst, van zeg 65 duizend euro, blijft een verschil in de wig van ongeveer tien procentpunt bestaan in het voordeel van een zelfstandige, terwijl in de praktijk zzp’ers deels hetzelfde type werk doen als werknemers.’
 

Schijnzelfstandigheid

Het kabinet laat op dit moment een Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) naar zzp’ers uitvoeren om de trends en gevolgen beter te begrijpen. Het rapport van het IBO is bedoeld voor ‘een publieke discussie’ over:
  • de betekenis van zzp’ers voor de werking van de arbeidsmarkt;
  • hun inkomens- en vermogensposities;
  • de voor- en nadelen van hun fiscale behandeling;
  • de verhouding tot andere groepen werkenden en de aansluiting van het stelsel van sociale voorzieningen en verzekeringen.
De passage eindigt met de zin ‘Het kabinet zet haar beleid voort om schijnzelfstandigheid en schijnconstructies met zzp’ers te bestrijden’.
 
Concluderend: Het kan wel eens een gure winter worden voor de zzp’er.
 
Door: Hans Pieters